HSP gezondheidscentrum - EszenzZ Centre

Discipline

IMG_5527224906440.jpg

Uiterlijke discipline is jezelf dwingen. Jezelf ergens toe aanzetten via je gedachten. Iets via die weg te doen of te laten. Met een geur van moeten en niet mogen. Die dwang is een vorm van geweld naar jezelf toe. 

Innerlijke discipline komt vanuit de liefde. Van binnenuit, vanuit je hart. Die gaat moeiteloos. Met een geur van mogen en niet hoeven, echter met de ingeplande warme wil vanuit het diepste zelf. 

Zo ontstaat de werkelijke bloei van jouw vorm.

De zorg is als soep koken

soep koken.jpg

De zorg is als soep koken

Al jarenlang kook ik soep. Lekkere groentesoep. Niks mis mee. Een paar jaren geleden kwam er een kennis die zei: “Schrijf het eens op, hoe je die soep maakt” . Ik vond het een goed idee, en ik noemde het “protocol voor soep”. Als ik soep ging koken, deed ik dat precies volgens mijn protocol. 

Toen kwam er iemand die zei: “als je nou eens precies opschrijft wat je erin doet, dan kun je de ingrediënten afvinken op een lijst”. Zo gezegd, zo gedaan. Ik noemde de lijst “ Huffels”, en vergat niets toe te voegen. Het kostte wel meer tijd, maar dat nam ik maar voor lief. Als ik eens van huis moest, vroeg ik één van de kinderen in de soep te roeren. Dat ging prima. Toen zei mijn dochter: “ Mam, je moet opschrijven wanneer je precies roert, hoelang, en hoe vaak”. “Dat is goed”, zei ik, en ik noemde het de “soep-rapportage”. Voortaan schreef ik eerst een overdracht voordat ik de deur uitging. Mijn buurman, die bij de vrijwillige brandweer is, kwam langs. Hij vroeg of ik wel dacht aan de veiligheid. “Houd je wel aan de voorschriften, voor je het weet heb je de vlam in de pan”. Daar had ik wel van gehoord, dus ging ik op cursus brandveiligheid, en, om het meteen maar goed te doen, leerde ik ook EHBO en reanimatie. We hadden die week geen tijd voor de soep. 

Na de scholing, waarvoor wij een certificaat kregen, hoorde ik dat niet iedereen zomaar mee mocht helpen met mijn soep. Men moest bevoegd en bekwaam zijn. Ik noemde de nieuwe regels de BIG registratie: Bijzondere Instructies Groentesoep. Voortaan werd eerst bekeken of men een certificaat had voor er geroerd mocht worden. Helaas mochten mijn kinderen niet meer helpen. Maar we vormden een gespreksgroep, we evalueerden, controleerden, en hielden team-overleg. En als er tijd over was, maakte ik gauw nog wat soep. 

Toen kwam mijn tante eens langs. Ze was op vakantie geweest, en had iets nieuws geleerd: JCI. “Dat betekent: Je Controleert Intensief”, zei ze. “Er zijn lijsten over hoe groot de pan moet zijn, hoe lang de pollepel, de potjes voor de ingrediënten, en richtlijnen voor de inrichting van de keuken”. “Ook mag je niet je keukenschort meer aan, maar moet je in je eigen kleding soep maken, dat is huiselijker”. “En hier heb ik lijsten voor de rapportage, het links- of rechtsom roeren, het vet-percentage, de calorieën, en natuurlijk de protocollen, de BIG-registratie, de observatielijsten, en de veiligheid- certificaten.” “En al deze lijsten worden periodiek gecontroleerd en ge-update”. “En we hebben een accreditatieplan, dat wil zeggen dat we bij elkaar in de pan gaan kijken”. “we houden evaluaties, en intervisies, kortom, aan álles wordt gedacht!” U begrijpt, dit is allemaal erg handig, en er is veel voor te zeggen. 

Maar ik denk wel tijdens het invullen van al die lijsten: “ Wie bekommert zich nog om de soep ?”

-Greet Houweling-

Het leven van de dood

23561416_1515451605169362_4007266592745337602_n.jpg

Enige tijd voor het sterven van het fysieke lichaam op het sterfbed is het ego reeds gestorven.

Niets van de persoon, van het illusoire ik, is overgebleven. Niemand werd ermee geboren en niemand zal ermee sterven. Dat wat resteert is de essentiële uitnodiging voor de nabestaanden om Dat te zien wat men in oorspronkelijkheid zelf is...

Het breekbare, de kinderlijke kijk vanuit niets, de schoonheid van de overgave, het kijken van ogen waardoor niemand meer kijkt behalve de echtheid en pure openheid zelf. Ware Liefde ontstaat.

Harten breken, tranen stromen. Niet om verlies, maar om waarachtige Liefde, betekenisloze dankbaarheid en herkenning. De puurheid aanschouwt zichzelf voor zichzelf. Het is onnoembaar en allesomvattend tegelijkertijd.

Leven in een wonder van pijnen en onaantastbare Liefde.

Dat is het leven van de dood.

De blinde omarming

7146thumb1920555959.jpg

Wanneer we het pure wonder in een willekeurige manifestatie van het leven werkelijk zien, rolt een traan van diep respect en ontzag over je wang en ga je geestelijk op je knieën en stort het denken in elkaar. Op dat moment zie je niemand meer in de ander, maar je ziet Dat wat een grootsheid van allesomvattende Liefde is en je herkent jeZelf erin. 

Uit zichzelf, aan zichzelf en voor zichzelf. Te groot om zonder traan onder ogen te krijgen, een ervaring van alles tegelijk, en het jammerende illusoire ego implodeert door deze Liefdeskracht. 

Er is alleen nog maar Zien met een woordeloze mond vol wensen om toch de pracht van het geziene te uiten. Echter deze volheid is niet te bevatten door haar eigen grootsheid. Zo dichtbij maar veelal niet gezien. 

Dankbaarheid verschijnt in niets, waarin het ons allemaal blind omarmt.

Controle

57372099439714426576491154251930094786578459094n.jpg

Sommige mensen roken 65 jaar van hun leven en worden niet ziek.

Anderen roken nooit en krijgen op hun 30e levensjaar longkanker en gaan dood.

Anderen leven heel bewust, supplementeren, mediteren 2 uur per dag en leven vegetarisch, ecologisch, organisch en veganistisch en sterven aan maagkanker. 
Anderzijds zijn er genoeg mensen die dagelijks ongezond eten, nooit sporten en twee liter cola per dag consumeren en tot op hoge leeftijd nergens last van hebben en sterven vervolgens in hun slaap op 93-jarige leeftijd.

Ook zijn er stuntmannen die alle grote risico’s overleven en in 75 films hebben gespeeld,
terwijl er kinderen zijn die door slechts één enkele auto overdag vlak voor Kerstmis worden doodgereden bij de uitgang van hun school door een automobilist. 

Er zijn zakenmensen die 35 keer de wereld hebben rondgevlogen met af en toe wat turbulentie, terwijl elders een jonge vrouw van 20 jaar samen met haar vriend haar eerste vlucht neemt en door een technische fout neerstorten in de oceaan.

Er zijn ook journalisten die de hele wereld afreizen om verslag te doen midden in oorlogsgebieden en telkens veilig thuiskomen, terwijl een niets vermoedende toerist in veilig Spanje in een winkelstraat wordt doodgereden door een man die een auto bestuurt met een nepbom om zijn middel en net zijn pad kruist.

Er zijn mensen die door een diversiteit aan problemen in hun leven veel alcohol drinken, drugs gebruiken en onder stress leven en daarmee oud worden, terwijl anderen met een ideale jeugd worden doodgeschoten in een winkelcentrum of stikken in snoep.

Er zijn genoeg mensen die fysiek en geestelijk door nare omstandigheden zware problemen ervaren en er telkens gelukkig weer bovenop komen, terwijl er voetballers van 20 jaar zijn die tijdens een wedstrijd door een hersenbloeding of hartstilstand in coma raken en de rest van hun leven niet meer kunnen praten of sterven.

En toch denken we controle te hebben over het leven.
Terwijl de werkelijkheid eerder zou vertellen dat het leven ons controleert?

Ons lijden bestaat uit het idee controle te hebben over situaties en anderen.
Maar zou meer innerlijke vrijheid eerder de overgave aan het leven zelf betekenen, die blijkbaar controle heeft over ons?

En dan zonder ‘ons’.
Want zijn wij niet het leven zelf dat over zichzelf tracht controle te hebben of zich juist aan zichzelf overgeeft?

Wat, als we de poging om controle te hebben zouden loslaten door daadwerkelijk te beseffen dat we die niet hebben? Dat we zelfs niet de controle hebben over slechts 1 enkele gedachte die wel of niet opkomt?

Angst zou plaatsmaken voor berusting.

Hold the vision (als je daar controle over hebt).

Verwondering

6928thumb1920742938.jpg

Verwondering is het directe zien van Dat wat werkelijk is. Geen interpretaties, alleen maar onbemand opgeslokt worden door de zuigkracht van het Bestaan. Als het kijken van een klein kind naar zijn eigen hand, al draaiende met een lach. Het is niet zijn hand, het is verwondering. Het is de directe lijn naar het hart, de Geliefde heeft je blik overgenomen en staart stil naar Dat wat de schoonheid aan zichzelf laat zien.

Stil, omdat gedachten niet bestaan, het kijken wordt zien, de stilte is de zachte aanraking en de geur van de essentie. Een ondefinieerbare vreugde, een onmetelijke Liefde, dankbaarheid. Zien, dat het ‘ik-idee’ gewoonweg is opgebrand, al is het maar voor even, wetende dat het de oneindigheid in zich meedraagt.

Verwondering, is zien zonder te kijken.
Verwondering is bewondering. 
Verwondering voor de bewondering.

De kleinste dingen blijken de grootste, het past plots niet meer in het brein, het stuitert, slikt en dan stil, vallend stil. Het spel gaat door, maar er is geen spel meer over. Verwondering is de taal die vertelt dat dat wat verwondert, zelf de verwondering is.

Het is het herkennen van het Zelf, in al wat Is. Stuurloos bestuurd, het past niet in mijn hoofd. Verwondering is een diepe zucht van ontzag, het is het geestelijke in overgave, met een traan. Het diepe weten dat Dat wat wordt gezien, het Leven zelf is wat Is. Het diepe weten dat Dat wat het Leven is, ik ben.

IK BEN.

Wat een wonder.

Uit het boek Zijnspiraties.

Kies jij voor jezelf?

5886thumb1920701909.png

Op een mooie zonnige lentedag zit er een elektrische tandenborstel op een bankje in een park. Door het mooie weer is het aangenaam druk in het park. Sommige tandenborstels liggen in groepjes op een kleedje in het gras te genieten en andere joggen sportief en zwetend voorbij. Terwijl de tandenborstel op het bankje wat met zijn smartphone zit te spelen, komt er een andere elektrische tandenborstel voorbijlopen die vervolgens naast hem gaat zitten. Het duurt niet lang voordat het gezelschap hem aanspreekt.

‘Zeg, ken ik jou niet ergens van? Volgens mij heb ik jou al eens eerder ontmoet’, vraagt de tandenborstel aan hem. ‘Is jouw naam niet toevallig Oral A?’ vraagt hij benieuwd. Eigenlijk heeft de tandenborstel helemaal geen zin in een gesprek, maar uit beleefdheid klapt hij zijn telefoon dicht en kijkt hij zijn buurman bestuderend aan. ‘Nee, mijn naam is geen Oral A maar Oral B. Ik zie dat we in ieder geval wel tot hetzelfde soort tandenborstels behoren en ik weet dat er van al de miljoenen tandenborstels in dit land ongeveer 20% zijn zoals wij. Maar dat zijn er stiekem toch nog veel hoor, dus er gaat bij mij niet direct een lampje branden, als ik heel eerlijk ben.’ De andere tandenborstel moest lachen. ‘Ja, dat klopt. Wij zijn die apparaten met een zogenaamde zachte borstel’, grapte hij. ‘Iets wat ik in mijn leven vaak heb moeten aanhoren. Maar je weet het dus niet meer? We stonden namelijk in de winkel naast elkaar in hetzelfde schap. Jij werd een uur eerder verkocht dan ik. Dat weet ik nog omdat je op de grond viel toen een onhandig kind je uit het rek pakte’, lachte hij weer. Oral B knikte bevestigend. ‘Ja, nu je het zegt herinner ik het me weer. Dat was de eerste harde klap die ik meemaakte in mijn leven. Ik werd toen verkocht aan de familie Berger. Dat vergeet ik nooit meer.

Maar, waar ben jij uiteindelijk beland?’ vroeg hij. ‘Ben jij ook bij een familie terechtgekomen?’ De andere tandenborstel schudde met zijn borstel. ‘Nee, een uurtje later kwam er een student en die heeft me meegenomen en afgerekend. Ik moet zeggen dat ik niets te klagen heb. Hij woont alleen, heeft geen vriendin en is een keurige jongen. Hij houdt alles netjes schoon in huis en ook in de badkamer waar ik sta is het fris en opgeruimd. Hij maakt zelfs enkele keren per week het plateau schoon waar ik op sta. Twee keer per dag doe ik mijn werk en dat doet me goed. Ik voel me energiek, ik zorg dat ik op een juiste manier beschikbaar ben en ook al zou hij een vriendin krijgen, dan denk ik dat ik dat gemakkelijk aankan. Daar ben ik eerlijk gezegd niet bang voor. Maar vertel eens, hoe gaat het met jou bij de familie Berger? Hoe zien jouw dagen er uit?’ Oral B keek wat starend voor zich uit. ‘Tja, wat zal ik ervan zeggen? Als ik je verhaal zo hoor, benijd ik je wel een beetje. De familie Berger bestaat uit vijf personen. Vader, moeder en drie dochters. Toen ik daar aankwam merkte ik dat er nóg een electrische tandenborstel aanwezig was. Je weet wel, zo’n type van vijf jaar geleden met een vierkant hoofd die veel herrie kan maken. Als hij wordt gebruikt word ik gek van zijn geluid. Hij is natuurlijk al een aantal jaren oud, maar bij de eerste ontmoeting zag ik direct dat het niet mijn type was. Dat heb ik heel vaak, alsof ik niet bij de meute hoor. Ik ben veel stiller, net als jij, en dat wordt vaak niet begrepen. Ik had ook het gevoel dat hij me al van het begin af aan links liet liggen. En als hij dan tegen me sprak, ging het vaak over zinloze zaken zoals techniek, uiterlijk vertoon en kleurstellingen.

Daar gaat het leven toch niet om? Ik heb daar helemaal niets mee. Ik wil niet praten over allerlei onzinnige zaken, maar de mensen juist bewust maken en zingevend bezig zijn. Ze bewust maken van het feit dat ze op een juiste manier poetsen. Ze krijgen van mij na twee minuten een signaaltje dat ze dan pas voldoende hebben gepoetst. Dus niet korter, want dat kan schadelijk zijn. Het poetsen in het hier-en-nu in volle aandacht, dat is dus belangrijk. Ik wil voorkomen dat ze gaatjes en tandplak krijgen. Het gaat mij meer om de inhoud van wie ik ben en dat uit te dragen. Ik hou er niet van om eromheen te praten over technieken en zo, maar ik word er blij van als ik ervoor kan zorgen dat de familie een stralend witte en frisse lach heeft. Dat doet me goed. Ik wil ze daarmee graag van dienst zijn en als ze in de buurt van de badkamer komen waar ik sta, zet ik me altijd al een klein beetje naar voren zodat ik de eerste ben die ze zullen pakken. Het vierkante hoofd vindt dat natuurlijk niet zo leuk, maar als ik ergens voor ga, dan ga ik er ook helemaal voor.

Dus in de ochtend wordt de familie wakker. En dan sta ik al paraat. In de meeste gevallen poets ik de gebitten, behalve de vader want die pakt altijd het vierkante hoofd. Eerst poets ik het gebit van de moeder, want die staat altijd als eerste op, en dan de gebitten van de drie dochters die naar school moeten. Wat me goed doet, is dat een van de dochters echt uitgebreid de tijd neemt om haar gebit te poetsen. Geen twee minuten, maar vijf minuten. Het is zo fijn om te zien dat ze dan helemaal schoon naar school gaat! Vervolgens wordt het middagpauze, en dan komen de drie dochters weer thuis om te lunchen. Dan verzorg ik hun gebitten weer. Vervolgens gaan ze weer naar school en in de avond voor het slapen gaan is er weer hetzelfde ritueel. Ik poets het gebit van de moeder en van de drie dochters. Daarna gaan ze voldaan naar bed. Ik ga dan enkele uurtjes op de oplader, zodat ik de volgende dag weer opnieuw kan beginnen. Zo ziet mijn dag er ongeveer uit. Ik poets per dag gemiddeld zo’n tien tot elf keer een gebit. Zeven dagen per week. Tot voor kort beviel me dat prima, maar in de afgelopen drie maanden werd ik langzaamaan vermoeider.

Ik merkte dit op een gegeven moment tijdens het poetsen van een van de dochters in de middagpauze. Ik schrok er zelf van. Voel ik nou dat ik minder hard ronddraai? Het was alsof ik minder energie had om te poetsen, terwijl ik nog zo jong ben. “Eigenlijk moet ik niet zo zeuren, want iemand van mijn leeftijd hoort gewoon genoeg energie te hebben”, dacht ik dan. Maar de werkelijkheid was anders. Ik raakte steeds vermoeider, tot het moment zo’n twee weken geleden dat ik in de middag totaal uitgeput was. Mijn haren begonnen alle kanten op te staan en het kostte me verschrikkelijk veel moeite om nog een gebitje te doen. Mijn rode lamp begon dan ook te knipperen. Ik deed net of ik dat niet zag, want ik wilde dat rode licht helemaal niet zien knipperen, maar het was er wel. Ik snap er helemaal niks van. Ik doe zo mijn best om voor anderen te zorgen, ik zet me er 120% voor in en dan krijg je dit er voor terug? Ik vind het onrechtvaardig en meneer met zijn vierkante hoofd roept maar streng dat het mijn eigen schuld is. Ik heb er de kracht niet meer voor. Ik voel me leeg en ik zit nu dus al twee weken in reparatie. Dat is niets voor mij, ik word er onrustig en verdrietig van.

Ook die mensen van de reparatiedienst begrijpen me niet. Ze praten teveel tegen me en komen met allerlei tips en adviezen over hoe ik anders kan gaan poetsen. Maar ik kán niet meer poetsen. Ik ben kapot’. De andere tandenborstel was zeer met zijn soortgenoot begaan. Hij legde zijn warme electriciteitskabel liefdevol om hem heen en vroeg: ‘Maar vriend, vertel me eens, wanneer zet jij jezelf eigenlijk overdag op de oplader? Denk jij dat alleen in de nacht opladen eindeloos voldoende voor je is om de hele dag al dat werk te kunnen doen? Of voel je dat je, als je heel eerlijk bent, ook overdag momenten voor jezelf nodig hebt om op te laden ook al zie je om je heen dat andere types tandenborstels dat niet zo nodig hebben als jij? Het is erg nobel van je om zo vaak voor de ander klaar te staan op de plank en te zorgen voor al die gebitten, want je doet het vanuit je hart, maar wanneer ben jij nu zelf aan de beurt? Welke momenten neem jij voor jezelf? Wanneer heb je tijd voor je eigen ontspanning, rust en ruimte en doe je iets wat je leuk vindt voor jou? Wanneer doe je eens even niets en sta je eens in stilte, of luister je naar de muziek die in de huiskamer klinkt? Wanneer ben je eens even niet bezig met het werkwoord ‘moeten’? Heb je momenten van even niets hoeven waarin je juist tussenstijds kunt opladen in plaats van alleen in de avond? Al is het maar twee keer een uur tussendoor per dag. Zelfs ik doe dat in mijn situatie, maar jij gaat maar door en door. Dat kan toch niet? Zeker niet als je een bovengemiddeld gevoelige body hebt die meer tijd nodig heeft om zijn afgeronde werk een plaats te geven.

Zie je nu dat je er pas voor de ander kunt zijn als je in eerste instantie er voor jezelf bent geweest? Zo zit de hele natuur in elkaar. Een vlinder kan pas voor de verstuiving van planten zorgen indien hij destijds als rups alleen maar voor zichzelf heeft gezorgd door zoveel mogelijk te eten. Nu is het blijkbaar tijd voor verandering. Een verandering in het leren zorgen voor jezelf…’ Inmiddels was Oral B in huilen uitgebarsten. Er vloeiden tranen van pijn, inzicht en dankbaarheid. Dit waren de meest vervelende maar ook meest ware woorden die hij kon horen. Hij zag in dat wat hij van zichzelf verlangde een onmogelijke opgave was. Hij kon inderdaad niet meer energie geven dan dat er in hem aanwezig was. Zijn oplaadtijd was telkens echt veel te kort geweest. Hij zag dat hij meer energie nodig had om zijn innerlijke wens van dienstbaar zijn te kunnen uitvoeren. Al die tijd gaf hij zichzelf veel te weinig energie en aandacht, maar hij verwachtte wel van zichzelf dat hij met een tekort aan energie blijvend zou kunnen functioneren. Nu begreep hij daadwerkelijk dat dit idee belachelijk was. Dat kon geen enkele tandenborstel volhouden! Zijn type had gewoon wat meer tijd voor zichzelf nodig dan de meeste andere. Meer ruimte om even niets te ‘hoeven’, maar juist ruimte geven aan wat hij voor zichzélf wilde. Dat was geen egoïsme, maar intelligentie…

Beste lezer, mag ik als hsp deze vraag ook aan jou als soortgenoot stellen? Denk jij dat alleen in de nacht opladen eindeloos voldoende voor je is om de hele dag al dat werk te kunnen doen? Of voel je dat je, als je heel eerlijk bent, ook overdag momenten voor jezelf nodig hebt om op te laden, ook al zie je om je heen dat er andere types zijn dat niet zo nodig hebben als jij? Ook ik vind het erg nobel van je om zo vaak voor de ander klaar te staan in je dagelijks leven en te zorgen voor al die anderen, want je doet het vanuit je hart, maar wanneer ben jij nu zelf aan de beurt? Welke momenten neem jij voor jezelf? Wanneer heb je tijd voor je eigen ontspanning, rust en ruimte en doe je iets wat je leuk vindt voor jou? Juist daardoor laad je op!

Wanneer doe je eens even niets en sta je eens in stilte, of luister je naar de muziek die in de huiskamer klinkt? Wanneer ben je eens even niet bezig met het werkwoord ‘moeten’? Heb je momenten van even niets hoeven waarin je juist tussenstijds kunt opladen in plaats van alleen in de nacht? Ga jij ook maar door en door? Dat kan toch niet? Zeker niet als je een bovengemiddeld gevoelige body hebt die meer tijd nodig heeft om zijn afgeronde werk een plaats te geven. Zie je nu dat je er pas voor de ander kunt zijn als je in eerste instantie er voor jezelf bent geweest? Zo zit de hele natuur in elkaar.

Dat is geen egoïsme, maar intelligentie…

Als ik eerst de liefde naar mezelf toe schijn,
kan mijn hart er voor de ander zijn. 

Uit het boek: Hartsverhalen voor iedere HSP met inspirerende krachtkaarten.

Jezelf ontmoeten

3831thumb19206756282.jpg

De angst om door anderen verlaten te worden is een begrijpelijke reden om je aan te passen. De reden om lief te doen, om te zorgen voor anderen. Om hun ruzies te sussen, om hun pijnen te helen. Om hun humeur te sturen, om hun blijdschap te verschaffen. De reden om vooral je best te doen. ‘Want straks raak ik iedereen kwijt en ben ik de enige die overblijft’.

Doordat je vervolgens zo aandachtig bezig bent met de ander vergeet je echter al direct jezelf en ben je jezelf uit het vizier verloren. Je wil niet dat de ander je verlaat, maar je hebt juist jezelf verlaten. Juist dat is de pijn en onbewust blijf je in afhankelijkheid en in angst leven. Daar waar je bang voor bent, doe je al en is er al.

Jezelf leren liefhebben door jezelf weer te gaan ontmoeten is een weg die veelal eerst door pijnen leidt. De pijn van anderen loslaten en je innerlijke leegte ervaren die stilaan een ruimte gaat worden die je naar eigen wens kunt gaan inrichten. Diegenen loslaten die niet het beste met je voor hebben. Diegenen die sowieso niet bij je passen. Diegenen die je gebruiken omdat ze weten dat je toch geen ‘nee’ kunt zeggen.

Begin eens met ‘ja’ te zeggen tegen jezelf en in alles dat je doet. Ook al ervaar je innerlijk het begin nog telkens een ‘nee’. ‘Ja, ik ben bang’, ‘ja, ik vind dit moeilijk’, ‘ja, ik heb een fout gemaakt’, ‘ja, niet iedereen vindt mij aardig’, ‘ja, ik kan dit niet’, ‘ja, ik voel me eenzaam’, ‘ja, ik moet opnieuw beginnen, ‘ja, hij is chagrijnig’, ‘ja, zij is boos op mij’. Door ‘ja’ te zeggen begin je ‘ja’ te zeggen tegen dat wat is. En dat wat er is, is er.

Je wordt een ‘ja-knikker’ in plaats van een ‘niet-machine’. Het verandert na verloop van tijd je houding, gevoelens en je stuurt naar een kracht, in plaats van afhankelijk te zijn.

'Ergens diep van binnen, weet ik wel wat goed voor me is en wat ik wil voor mij'...... 

Zoek vervolgens alleen nog maar naar die plek.

Dat is geen egoïsme. 
Dat is intelligentie.

Je begint jezelf te ontmoeten.

Uit het boek: Zijnspiraties.

-Antoine van Staveren-

«      1   |   2   |   3   |   4   |   5      »